Ooit heeft iemand bedacht dat namen tussen aanhalingstekens dienen te staan. Snackbar “’t Hoekje”, motorschip “Jajem”, huis “Ons genoegen”. Zo staat op het viaduct over de Afsluitdijk bij Kornwerderzand: “Kapitein Boers viaduct”. (Boers hield, als commandant van de kazemattenstelling op de Afsluitdijk, in mei 1940 lang stand tegen de Duitsers – om twee jaar later te worden gefusilleerd.)
Nog afgezien van die spatie teveel (of, desnoods, die apostrof te weinig): waarom toch die aanhalingstekens? Heet het viaduct eigenlijk Generaal Winkelmanviaduct, maar is besloten het toch maar naar kapitein Boers te noemen? Want dat is wat die aanhalingstekens doen vermoeden (zoals het raamopschrift “Lekker en vers” op de groentewinkel suggereert dat de waar in feite niet te rammen is).
Vol vragen en zonder hoop op afdoende antwoord,
uw “Taaldokter”

Zou het een geval van ‘lost in translation’ kunnen zijn, of eigenlijk het tegenovergestelde – teveel tekens bij de overdracht tussen opdrachtgever en uitvoerder? De eerste levert de tekst schriftelijk aan en gebruikt daarbij aanhalingstekens zodat duidelijk is waar de tekst begint en eindigt. De uitvoerder kent deze conventie niet en neemt de aanhalingstekens mee bij het plaatsen van de tekst. Overigens is de tekst op dat viaduct:
“Kapitein Boers viaduct”
“Mei 1940”
Da’s goed mogelijk!