Een mogelijkheid tot een kans

Altijd als ik Marjolein Moorman zie of hoor, moet ik denken aan Louis van Gaal. Dat zit zo.

De Amsterdamse onderwijswethouder die de landelijke politiek in stapt is een voorvechtster van ‘kansengelijkheid’ in het onderwijs. Zij is bekend van de documentaireserie Klassen, over de invloed van maatschappelijke achtergrond op de schoolloopbaan van leerlingen, ze trok miljoenen uit voor ‘scholen die de kansengelijkheid bevorderen’ en pleit voor een ‘nationaal plan voor gelijke kansen’. Dat betekent volgens haar website “dat ieder kind de kans moet krijgen op het niveau terecht te komen wat [sic] het beste past.”

Foto: Tom Feenstra

Gelijkheidslobby
Zij staat niet alleen met dit spreken in ‘kansen’. De afgelopen decennia heeft in Nederland de overtuiging postgevat dat de overheid verantwoordelijk is voor ‘gelijke kansen’. Zodra er sprake is van dreigende ‘ongelijkheid’, verheft zich een machtige gelijkheidslobby om een ‘kloof’ of ‘tweedeling’ te ‘dichten’ dan wel ‘op te heffen’, en weten beleidsmakers niet hoe snel ze zich moeten conformeren aan de nivelleringsdrift van het politiek-correcte egalitaire denken. De Onderwijsinspectie schrijft verontwaardigd: ‘Leerlingen die gelijk geschikt zijn, krijgen niet altijd gelijke kansen’, hbo’s hebben lectoraten ‘Kansengelijkheid’ en ‘Kansrijke Schoolloopbanen in een Diverse Stad’, en er gaan miljoenen subsidie voor ‘kansengelijkheid’ naar talloze stichtingen, bedrijven, zzp’ers, bijlesinstituten en andere instanties voor een ratjetoe aan programma’s, projecten en activiteiten: van ‘talentontwikkeling’, taalklassen, ‘voorleessenioren’, gedragsprogramma’s, mentorprojecten, uitstapjes, stages en naschoolse activiteiten tot bijlessen en huiswerkklassen.

Kortom: ‘gelijke kansen’ of ‘kansengelijkheid’ is hét onderwijsmantra. Gelijkheid – hoe zou je er ook tegen kunnen zijn? Maar: wat betekent het nou eigenlijk?

Van mogelijkheid tot kans
Het woord ‘kans’ heeft drie belangrijke betekenisaspecten. Om te beginnen: de mogelijkheid dat iets gebeurt. Daarbij is er een positieve connotatie: het gaat vaak om iets wat gunstig voor je uitvalt. En ten derde is er een aspect van ‘geluk’: ‘kans’ komt van het Latijnse cadere (vallen – van dobbelstenen): een gelukkige worp dus, een gokje in de hoop te winnen.

Foto: Taaldokter

Nu komen we bij Louis van Gaal. Die corrigeerde ooit een verslaggever die na de wedstrijd iets vroeg over de vele ‘kansen’ van Ajax. “Dat waren geen kansen”, betweterde de oefenmeester, maar “mogelijkheden tot kansen”. Daarmee maakte hij in taalkundige termen een onderscheid in ‘modaliteit’: het verschil tussen ‘mogelijkheid’ en ‘kans’ is een verschil in mate van waarschijnlijkheid – in dit geval dat er een doelpunt zou worden gemaakt. Wie spreekt over ‘kansen’, suggereert een grotere mate van waarschijnlijkheid dan wie spreekt over ‘mogelijkheden’. ‘Mogelijkheid’ betekent: de ‘omstandigheid dat iets kan gebeuren’, én: ‘perspectief, vooruitzicht’. Een mogelijkheid tot een kans betekent dus dat er een gelegenheid ontstaat die ertoe kan leiden dat er, uiteindelijk, als de spits alert is, de verdediging zwak, de wind goed – kortom: als je ook een portie geluk hebt – een doelpunt uit voortkomt. Hoe dichter bij een ‘kans’, hoe idealer alle externe factoren zijn – en hoe meer het aankomt op die individuele kwaliteiten.

Misleidend
Dit is niet alleen maar een semantisch spelletje: het modieuze kansenjargon is misleidend, omdat het suggereert dat de overheid verantwoordelijk is voor de kansen van burgers en de eigen verantwoordelijkheid van ouders én kind miskent. Als Moorman en de Onderwijsinspectie het hebben over ‘gelijke geschiktheid’ en ‘wat het beste past’ proberen ze externe, maatschappelijke en sociaaleconomische invloeden te neutraliseren: inkomen, taalvaardigheid en opleidingsniveau van ouders, of er (voor)gelezen wordt, gezinssamenstelling, geboorteplaats, huidskleur, woonomgeving, invloed van vriendjes, et cetera. Maar evenmin als in het voetbal is dat mogelijk in het onderwijs: ‘kansen’ komen niet alleen voort uit individueel talent en wat je weet en kunt, maar worden ook bepaald door allerlei omstandigheden buiten de invloedsfeer van de school. De overheid en het onderwijs kúnnen dus helemaal geen ‘kansengelijkheid’ garanderen – en dat is ook niet hun taak.

Alleen beroepspolitici en -bestuurders en duur ingehuurde consultants hebben er baat bij om te suggereren dat dat wél zo is, en dat ze door ‘kansengelijkheid’ in het onderwijs maatschappelijke misstanden kunnen oplossen. Maar hoe al die maatregelen bijdragen aan ‘gelijke kansen’, hoe je ‘kansengelijkheid’ en de effectiviteit van al die activiteiten meet, daar hoor je ze niet over. Hun muffe maakbaarheidsjargon representeert het slechtste van de sociaaldemocratie: geen verheffing maar betuttelend slachtofferdenken. Ze draaien mensen er een rad mee voor ogen en kweken er in het slechtste geval afhankelijke, indolente burgers mee. ‘Klassen’ bevat een veelzeggende scene: de wethouder onderwijs bezoekt met een Amsterdamse delegatie een Londense school, waar zij, geconfronteerd met de succesvolle, traditionele, strenge aanpak en schooluniformen – hét symbool van gelijkheid -, slechts nuffig kan pruttelen: “Wat doet dit met de identiteit van de kinderen?” Tja: wil je goed onderwijs of niet?

Foto: Taaldokter

Basisvaardigheden
Over wat wél meetbaar is, bericht de Onderwijsinspectie elk jaar op alarmerende wijze: de afnemende beheersing van de basisvaardigheden rekenen, lezen en schrijven. Slecht onderwijs is slecht voor álle leerlingen. Enige bescheidenheid is dan ook gepast, in een tijd dat Nederland 3 miljoen laaggeletterden telt, een vijfde van de leerlingen slecht en met tegenzin leest, en hoofdrekenen een zeldzame kwaliteit is geworden. Dáár moeten de prioriteiten liggen en dát is wat het onderwijs moet doen, in plaats van te pretenderen iedereen ‘gelijke kansen’ te kunnen geven: kinderen de mogelijkheid tot kansen bieden. Daarbij is de weg naar succes, om Van Gaal nog maar eens te citeren, ‘altijd onder constructie’.

 

2 thoughts

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *